Alles over Conjunctuuranalyse
Op deze pagina vind je alles wat je nodig hebt om dit onderwerp te beheersen. Gebruik de tabs hieronder om te navigeren.
Eindtermen
Wat je moet kennen
Samenvatting
Duidelijke uitleg
Video's
Uitleg bij je methode
Examenvragen
Oefen met echte examens
Conjunctuuranalyse
De kandidaat kan herkennen, begrijpen en toepassen:
| Code | Beschrijving |
|---|---|
| I4.4.1 | Het Keynesiaanse kruis. De consumptie stijgt als het besteedbaar inkomen toeneemt en als de autonome consumptie toeneemt. De investeringen zijn autonoom. Het Keynesiaanse kruis geeft het evenwicht tussen de bestedingen en het inkomen bij gegeven rente en inflatie. De bestedingen van de een zijn het inkomen van een ander: de totale bestedingen nemen toe/af als het inkomen stijgt/daalt (ceteris paribus). Mechanisme: inkomen Y past zich aan om evenwicht te geven op de goederenmarkt. Consumentenvertrouwen en producentenvertrouwen, optimisme/pessimisme ('animal spirits'): hogere/lagere autonome consumptie of investeringen; Bij ieder inkomen willen huishoudens of bedrijven meer/minder consumeren of investeren. Hogere/lagere overheidsuitgaven O of lagere/hogere belastingen B verhogen/verlagen bestedingen waardoor een hoger/lager inkomen wordt bereikt (en vice versa). Als de goederenmarkt in evenwicht is, dan is de vermogensmarkt automatisch ook in evenwicht; Uit de kringloop (bij gesloten economie) volgt dat aanbod gelijk is aan de vraag op de vermogensmarkt: S = I + (O ā B). Een hogere/lagere marginale consumptiequote (= lagere/hogere marginale spaarquote) zorgt ervoor dat de helling van de bestedingslijn steiler/vlakker wordt, waardoor de effecten van hogere bestedingen op het inkomen (multipliers) groter/kleiner zijn en vice versa. De grootte van de multiplier hangt af van het spaarlek en het belastinglek. |
| I4.4.2 | IS-curve. De IS-curve geeft de combinaties van inkomen en reƫle rente waarbij de goederenmarkt in evenwicht is: productie = bestedingen. Op de horizontale as staat het inkomen en op de verticale as de reƫle rente. De IS-curve geeft een dalend verband weer tussen de rente en het inkomen. Mechanisme voor dalend verband: de consumptie en de investeringen stijgen/dalen als de reƫle rente daalt/stijgt. Stijging/daling van autonome bestedingen (bijvoorbeeld door lagere autonome consumptie of investeringen of stimulerend/verkrappend begrotingsbeleid) leidt tot een hoger/lager inkomen. De IS-curve schuift naar rechts/links, want bij iedere reƫle rente zal het inkomen hoger/lager zijn om evenwicht op de goederenmarkt te realiseren. |
| I4.4.3 | MB-curve. De MB-curve geeft de monetaire beleidsregel van de Centrale Bank. Op de horizontale as staat het inkomen en op de verticale as de reƫle rente. De MB-curve geeft een horizontaal verband tussen de reƫle rente r en het inkomen Y. De centrale bank voert een ruimer/krapper monetair beleid (heeft een hogere/lagere inflatiedoelstelling) als het een lagere/hogere rente zet bij ieder inkomen Y. Monetaire beleidsregel centrale bank: de reƫle rente gaat omhoog/omlaag (MB-curve schuift omhoog/omlaag) als inflatie stijgt/daalt. Mechanisme: de Centrale Bank verhoogt/verlaagt de nominale rente als de inflatie stijgt/daalt. Bij gegeven inflatieverwachtingen betekent dit dat de reƫle rente stijgt/daalt. Bij een sterkere afkeer van inflatie zal de Centrale Bank de nominale rente meer aanpassen als de inflatie stijgt/daalt (en zal de MB-curve meer omhoog/omlaag verschuiven). |
| I4.4.4 | GA-curve. De GA-curve geeft het geaggregeerde aanbod van goederen en diensten bij ieder inflatieniveau. De GA-curve is stijgend in de inflatie. Op de horizontale as staat het inkomen en op de verticale as de inflatie. Punt op de GA-curve waarbij Y = Y* geeft de verwachte inflatie weer. Hoe groter/kleiner de mate van loon- en prijsflexibiliteit is, hoe steiler/vlakker de helling van de GA-curve. Mechanisme: GA is stijgend door loon- en prijsrigiditeit. Bij een hogere/lagere dan verwachte inflatie dalen/stijgen de reƫle lonen en de reƫle productiekosten omdat nominale lonen en inkoopprijzen op de korte termijn zijn vastgelegd in contracten. Bij lagere/hogere reƫle productiekosten zullen bedrijven meer/minder produceren. Mechanisme achter verschuiving curve over de tijd: Aanpassingen van KT naar LT-evenwicht verlopen via de aanpassing van de verwachte inflatie over de tijd. Als de inflatie stijgt/daalt, zal de inflatieverwachting ook toenemen/afnemen, waardoor lonen en inkoopprijzen opnieuw worden onderhandeld op basis van de hogere/lagere inflatieverwachtingen. De GA-curve schuift dan omhoog/omlaag over de tijd. |
| I4.4.5 | Conjuncturele werkloosheid. Conjuncturele werkloosheid treedt op bij een negatieve output gap en neemt toe als de output gap negatiever wordt. |
| I4.4.6 | Economische scholen en IS-MB-GA. Keynesianen: begrotingsbeleid is krachtig, monetair beleid is zwak; IS-curve is steil: bestedingen reageren weinig op de renteveranderingen; MB verschuift weinig: centrale bank verhoogt rente weinig bij stijgende inflatie. Monetaristen: begrotingsbeleid is zwak, monetair beleid is sterk; IS-curve is vlak: bestedingen reageren sterk op de rente; MB verschuift veel: centrale bank verhoogt rente sterk bij stijgende inflatie. Keynesianen en monetaristen: er is geen perfecte loon- en prijsflexibiliteit waardoor GA-curve niet verticaal is. Op korte termijn is Y niet gelijk aan potentiƫle productie Y*. Neo- en Nieuw klassieken: er is sprake van perfecte loon- en prijsflexibiliteit. GA is verticaal en Y is gelijk aan potentiƫle productie Y*. Hierdoor is vraagstimulering (budgettair en monetair) niet effectief: geen effect op inkomen, alleen effect op inflatie. |