Alles over Ongelijkheid en herverdeling
Op deze pagina vind je alles wat je nodig hebt om dit onderwerp te beheersen. Gebruik de tabs hieronder om te navigeren.
Eindtermen
Wat je moet kennen
Samenvatting
Duidelijke uitleg
Video's
Uitleg bij je methode
Examenvragen
Oefen met echte examens
Ongelijkheid en herverdeling
De kandidaat kan herkennen, begrijpen en toepassen:
| Code | Beschrijving |
|---|---|
| H4.4.1 | Gini-coëfficiënt en percentielenratio als maatstaven voor inkomensongelijkheid. |
| H4.4.2 | Maatstaven voor inkomen kunnen verschillen: huishouden vs. individu, arbeidsinkomen vs. totaal inkomen (inclusief kapitaalinkomen en uitkeringen), primair en secundair inkomen. |
| H4.4.3 | Ongelijkheid van vermogen. |
| H4.4.4 | Nivelleren en denivelleren: met beleid verkleinen of vergroten van de relatieve inkomensverschillen tussen huishoudens. |
| H4.4.5 | Er kan een afruil zijn tussen doelmatigheid en rechtvaardigheid als herverdeling van inkomen en vermogen leidt tot minder prikkels voor economische activiteiten, bijvoorbeeld om te werken (uren, participatie, uittreding), te sparen, te scholen, te ondernemen, en tot meer prikkels om te migreren of belasting te ontwijken. Deze afruil hoeft niet op te treden als herverdeling niet leidt tot minder sterke prikkels voor economische activiteiten (via bijvoorbeeld onderwijs, kinderopvang, sociale zekerheid). |
| H4.4.6 | Belasting. Gemiddeld en marginaal tarief. Belastingwig. Progressief/degressief belastingstelsel: gemiddeld tarief stijgt/daalt met inkomen. Vlaktaks: 1 marginaal tarief. Belasting op inkomen uit arbeid. Belasting op vermogen. Heffingskortingen. Aftrekposten en bijtellingen. Vennootschapsbelasting. Indirecte belastingen, zoals de btw en de accijnzen. |
| H4.4.7 | Uitkeringen en toeslagen als instrumenten voor herverdeling en verzekering. |