Alles over Structurele groei
Op deze pagina vind je alles wat je nodig hebt om dit onderwerp te beheersen. Gebruik de tabs hieronder om te navigeren.
Eindtermen
Wat je moet kennen
Samenvatting
Duidelijke uitleg
Video's
Uitleg bij je methode
Examenvragen
Oefen met echte examens
Structurele groei
De kandidaat kan herkennen, begrijpen en toepassen:
| Code | Beschrijving |
|---|---|
| H2.2.1 | Op lange termijn wordt de economische groei bepaald door de groei van de productiefactoren en technologie (het aanbod) in de economie. |
| H2.2.2 | De productiefunctie: Y = Af(K, L). f(·): productiefunctie, A: (totale factor) productiviteit, K: kapitaal en land, L: arbeid. Potentiële productie Y stijgt/daalt door meer/minder kapitaal (K hoger/lager), meer/minder arbeid (L hoger/lager), hogere/lagere (totale factor) productiviteit (A hoger/lager). Positieve maar afnemende meeropbrengsten van kapitaal K en arbeid L. Constante schaalopbrengsten: verdubbeling K en L leidt tot verdubbeling Y. alléén grafisch onderbouwen |
| H2.2.3 | Factoren die de totale factorproductiviteit bepalen. De totale factorproductiviteit stijgt (A hoger) door innovatie (proces- en product-), R&D, learning-by-doing, onderwijs, onderzoek, handel, betere instituties, betere infrastructuur, beter milieu, gunstige geografische ligging, politieke stabiliteit. Onder instituties wordt onder meer verstaan: kwaliteit overheid, eigendomsrechten en rechtsstaat, regels voor eerlijke mededinging. |
| H2.2.4 | Structureel of groeibevorderend beleid: beleid dat A, K, of L verhoogt. |